TVN Home » Nieuwsbrief » artikelen » Liefde is een vorm van weten – Radha Burnier

Liefde is een vorm van weten – Radha Burnier

18 maart 2014

Velen in de oosterse wereld hebben zich diepgaand beziggehouden met het vraagstuk van menselijke vrijheid. Anders dan veel moderne mensen vereenzelvigden zij vrijheid niet met het hebben van geld, dingen kopen, reizen naar een bepaalde omgeving, enzovoort. Zij concentreerden zich op innerlijke vrijheid van dwang, die van binnenuit komt. De moderne mens wordt geobsedeerd door het denkbeeld vrij te worden van uiterlijke dingen die verondersteld worden onaangenaam te zijn, terwijl de Oepanisjaden, de vereerde teksten van de Hindoes en andere geschriften verklaren dat zowel gebondenheid als vrijheid binnen in ons liggen en niet buiten ons zijn. Het denkvermogen schept boeien en verbeeldt zich dan dat de problemen buiten ons liggen. Pas wanneer het denkvermogen beseft dat de problemen die het tegenkomt geschapen worden door zichzelf, dan wordt het volkomen vrij.

Precieze synoniemen voor vrijheid en een paar andere woorden die daarmee verband houden, zijn niet gebruikt in het oosten, maar het is moeilijk te geloven dat zij nooit dachten aan of spraken over dit onderwerp. Bepaalde gedachtescholen in het oosten die hun centrale focus hebben op wat vertaald kan worden als zelfovergave bedoelen waarschijnlijk vrijheid als hun grotere doelstelling. Zelfovergave zou voor sommige mensen kunnen beteken een sentimentele toewijding of offeranden brengen aan een beeltenis, hetzij fysiek dan wel geschapen door het denkvermogen, iets wat zij zelf mooi vinden. Maar zelfovergave, dat wil zeggen het loslaten van het zelf, is zowel vrijheid van innerlijke boeien als de weg tot spirituele realisatie. Men kan dit niet echt bespreken, omdat de gemiddelde persoon zich niet bewust is van de betekenis van deze woorden. Zij die erover nagedacht hebben kunnen een er een beter idee over hebben.

Volgens Boeddhistische denkwijzen bestaat spirituele intelligentie, die de intelligentie is van de hoogste orde, niet zonder mededogen. De Boeddhisten zijn van mening dat mededogen en intelligentie wijsheid vormen. Als er geen mededogen is, dan is de intelligentie niet spiritueel, maar alleen van het intellect, soms niets anders dan een soort knapheid, of een soort sentimentaliteit.

Annie Besant zei eens in een van haar voordrachten waarin zij over liefde sprak dat liefde een vorm van kennen is. Wanneer er liefde is – echte liefde, niet wat vaak alleen maar een voorbijgaande gehechtheid is die liefde genoemd wordt – bestaat de mogelijkheid van het weten van iets voorbij het intellect. Haar woorden suggereren dat weten volledig doortrokken is van liefde.

Men zegt dat de Boeddha erop gewezen heeft dat gedachten van liefde het denkvermogen vervuilen, terwijl liefde zelf reinigt en zuivert. In feite sprak Krishnamurti hier ook over toen hij zei dat wanneer handeling ontstaat uit het denken, er geen liefde is. In zijn Commentaries on Living zegt hij dat het gevoel van tijd en ruimte, van afgescheidenheid en smart, ontstaan is uit het denkproces, en dat pas wanneer het denken ophoudt er liefde kan zijn. Wij delen alles op in blokken, hetgeen één van de redenen is waarom wij zoveel lijden gecreëerd hebben.  In de wereld treffen we een verschrikkelijke houding aan, utilitair in de geest, hard, niet mededogend en dus een samenleving die geweld en agressie accepteert.

Deze eeuw staat misschien in het teken dat alles, dieren, bomen, de aarde, mensen, gezien wordt als te gebruiken voorwerp waaruit wij iets nuttigs of bevredigends kunnen halen. Onze relaties met mensen worden over het algemeen geconditioneerd door het verlangen om iets te verwerven, misschien iets emotioneels, zoals veiligheid, of iets anders. Wij hechten ons aan dingen om een betere positie in het leven te bereiken, of om emotionele bevrediging te krijgen, en wij nemen wat we maar willen van andere levens, dus wij trekken planten uit, snoeien ze, vormen ze en planten ze op een plaats die wij leuk vinden, alsof ze geen recht hebben om te groeien zoals zij dat willen

Wij leren miljoenen kinderen op scholen om allerlei schepselen open te snijden en wij worden onverschillig voor wat zij misschien voelen. Zo cultiveren wij een houding van zelfzucht en ongevoeligheid en vinden tegelijkertijd dat de maatschappij geweldloos en goed moet worden. Is dit mogelijk? Kan men het leven opdelen zodat het zowel egoïsme als liefde laat zien? Met andere woorden, zijn wij volkomen vrij te handelen zoals wij dat willen, en kunnen we tegelijkertijd ook een goede maatschappij hebben die wij zonder twijfel willen?

Dorst ontstaat uit gehechtheid

Dit is waar de Boeddha over sprak. De begeerte, de dorst naar dingen – ervaring, veiligheid enzovoort veroorzaakt smart. Hij legde niet in detail uit wat liefde is, maar hij verklaarde de oorzaak van de afwezigheid van liefde in het leven van de mens.

Krishnamurti’s benadering is heel anders, maar richt zich op dezelfde toestand van goedheid en liefde. Hij dringt er bij ons op aan te ontdekken dat wat gebondenheid schept geen echte liefde is, maar sentimentaliteit of gehechtheid aan bepaalde mensen in een emotionele relatie met hen. Wanneer er dit soort sentimenteel gevoel is en zelfpromotie door iemand anders kan het gemakkelijk veranderen en in boosheid, frustratie of wreedheid ontaarden. Wij kunnen veel zulke gevallen aantreffen in het gewone leven, van zogenaamde liefde die verandert in verbittering en dan in haat. Dus wat wij liefde noemen brengt veel verwikkelingen met zich mee en is een toestand van innerlijke beroering.

Krishnamurti zegt: ‘Wat wij gaan doen is de waarde van het gekende ontdekken, naar het gekende kijken. Wanneer daar zuiver naar gekeken wordt, zonder veroordeling, dan raakt het denkvermogen vrij van het gekende. Dan kunnen wij pas weten wat liefde is.’ De toets ligt misschien in het gevoel van verlies, van eenzaamheid, van verstoring enzovoort, als dat bezit niet meer mogelijk is. De grote toets ligt in de dood, wanneer die komt en het gevoel met zich meebrengt dat alles verloren gegaan is.

In één van haar geschriften zegt mevrouw Blavatsky: ‘Wanneer er echte liefde is, is er helemaal geen gevoel van afgescheidenheid.’ We kunnen naar onszelf kijken en onderzoeken of het gevoel van afgescheidenheid echt compatibel is met liefde, of dat dit komt wanneer we iets willen bezitten. Wanneer er het gevoel bestaat dat sommige mensen er geweldig veel toe doen en anderen niet, is het dan echt liefde of een vorm van zelfzucht? Zeggen wij dat onze inschatting aantoont dat sommige mensen belangrijk zijn en anderen niet, sommige mensen ertoe doen en anderen niet? Bestaat er liefde wanneer er dit soort discussies bestaan?

Traditioneel zei men in het oosten dat de vijf hoofdvijanden allemaal van binnen zitten: begeerte, boosheid, (dus ook irritatie, frustratie, etc.), hebzucht, eigenwaan (of trots), jaloezie (of afgunst). Ieder woord kan natuurlijk vele andere omvatten die hierop lijken of verwant mee zijn en als wij ernaar kijken merken we dat zij gebaseerd zijn op gedachten.

Begeerte is gedachte. Wij weten waarschijnlijk dat begeerte niet bestaat wanneer iets dat aangenaam is, ervaren wordt. Misschien eten wij iets dat zoet is en lekker, en als wij de zoetheid helemaal niet zou proeven, zou dat onnatuurlijk zijn. Als wij naar iets moois kijken, maar de schoonheid ervan niet voelen is er iets mis. Gedachte komt erbij een ogenblik later wanneer wij de sensatie van zoetheid of schoonheid herinneren en dit verder projecteren, en tegen onszelf zeggen ‘Dat wil ik nog wel een keer.’ Natuurlijk gaat dit proces steeds door. Volgens Krishnaji heet dit proces van hier naar daar bewegen tijd. Te zeggen: ‘ik wil’ is tijd. Tijd is gedachte, begeerte, benoemen en wij raken daarin verstrikt omdat, wanneer er de sensatie is van iets aangenaams, het denkvermogen in het geheugen die sensatie vasthoudt en in het tegenovergestelde geval zegt dat het onaangenaam is. Het vasthouden gaat met behulp van een woord of etiket, daarom is dit hele proces verbonden met tijd, met geheugen en gebondenheid.

In India zei men vroeger dat vrijheid ontstaat door niet etiketteren en categoriseren, etc.; niet van de vorm oftewel het beeld. Al deze vormen van tijd zijn afwezigheid van vrijheid en produceren conflict. De begeerte van A en de begeerte van B zijn natuurlijk verschillend. In wat de ene nationale groep wil en de andere niet, ligt conflict en afwezigheid van vrijheid. Wanneer er binnenin geen gebondenheid zit, bestaat er geen conflict en is er vrijheid. De vraag van autoriteit ligt in al deze dingen besloten – de autoriteit van ons eigen geheugen of onze eigen gedachten. Voorbije gedachten betekenen misschien dat bewustzijn onderworpen is aan traditie en er misschien diep in geworteld is. Al dergelijke dingen oefenen een druk uit van binnenuit.

Dus om vrijheid te begrijpen moet het onderzoeken van deze heel subtiele vormen van dwang van binnenuit gebeuren. Krishnamurti zei eens dat vrijheid niet is het ontsnappen aan iets, hetzij van binnen of van buiten. Veeleer is het in staat zijn zuiver, objectief, eerlijk en helder te kijken. Vrijheid om te kijken en te discussiëren is zeer noodzakelijk om echt te weten en om het ongekende te vinden.

Eén grote familie

Ida is de naam die gegeven werd aan het fossiel dat ontdekt werd in Messel in de buurt van Darmstadt in Duitsland, waarvan men zegt dat zij equivalent is aan de Rosetta Steen voor het begrijpen van een belangrijk stadium van in de evolutie. Het fossiel is buitengewoon goed geconserveerd en werd gevonden in een opgravingsput waar vele andere belangrijke fossielen gevonden zijn, maar waarvan er geen een zoveel opwinding veroorzaakt heeft als dit. Dit fossiel is bijna compleet en kan misschien een cruciale schakel vormen voor het begrijpen van de evolutionaire ontwikkelingen die plaats gevonden hebben. Blijkbaar is het skelet dat van een bijna-primaat, dat zo een sleutel verschaft tot wat Darwin evolutie noemde, en vanzelfsprekend van ongewoon belang vanuit wetenschappelijk oogpunt. De theorie van evolutie door natuurlijke selectie werd later de overleving van de sterkste genoemd, toen Darwin die uitdrukking overnam nadat hij gehoord had dat Herbert Spencer die gebruikte.

Overleven van de sterkste biedt ons een beeld van constante strijd, wedijver, ontsnapping aan gevaar enzovoort. Volgend Colin Tudge, die hierover ook een kort artikel in The Guardian Weekly schreef, spreken politici en anderen er gemakkelijk over dat wedijver iets goeds is, omdat het natuurlijk is; dat komt overeen met Darwins mentale plaatje. Maar het fossiel suggereert ook dat alle mensen en alle schepselen voorkomen uit een gemeenschappelijke bron: en dat zij dus verwant zijn. Sommigen vinden dit denkbeeld onsmakelijk. Sommige religieuze mensen vinden het godslasterlijk. Vele anderen niet. Sint Franciscus sprak over dieren en planten als zijn broeders en zusters. Dit idee wordt benadrukt door Darwin, hetgeen Ida nu duidelijker bevestigt. Zoals Tudge benadrukt zijn alle schepselen die op deze aarde leven met elkaar verbonden. Bovendien, als wij eenmaal toegeven dat de schepselen die wij zo onverschillig terzijde schuiven onze familieleden zijn, zouden wij hen wel anders behandelen. Dat zou goed zijn voor ieder levend schepsel op deze planeet. Dit is een begin. Maar mensen vinden het fijn te denken dat zij ‘speciaal’ zijn.

Het idee dat voorgestaan wordt door Tudge is niet nieuw omdat vanuit het gezichtspunt van de Advaitafilosofie de realiteit is dat al het leven wat wij kennen en misschien wat wij nog moeten leren kennen, komt uit dezelfde bron, vanuit de onzichtbare, eeuwig reële waarheid. Daarom is enig idee dat tegen deze fundamentele grondstelling ingaat, onjuist, en zal het mensen alleen maar verdriet brengen. Dit is niet de plaats om een exposé te houden over Advaitakennis en daarom stellen wij ons tevreden met de fundamentele waarheid, die gekend en aanvaard is door vele mensen.

Theosofie, of de wijsheid van God, die gebaseerd is op de bovenstaande en andere ondergeschikte waarheden, moet ons richten en leiden tot het realiseren van deze waarheid in ons leven. Hoe meer wij deze wijze weg kunnen volgen, hoe minder verdriet wij lijden. Wijze mensen kennen geen persoonlijk verdriet in hun levens omdat zij degenen zijn die zonder enige twijfel de waarheid van eenheid kennen. Eenheid is wat alle belangrijke leraren met een spirituele aard doceren. Het is van tijd tot tijd gedoceerd op een manier die mensen konden begrijpen door hen die ons spiritueel voorgegaan zijn. Dit is wat het betekent om onze ogen te openen voor het licht.

Uit: The Theosophist van augustus 2009

Vert.: A.M.I.