TVN Home » Tijdschrift Theosofia » Archief » 2004 » Juni » Verenigingsnieuws

Verenigingsnieuws

Herinnering

Zomerschool TVN van vrijdag 9 juli tot en met zondag 11 juli 2004 in Naarden.

Titel: Door het oog naar het hart, een zoektocht door de Geheime Leer.

Onderwerpen:

-Inleiding

-De grondbeginselen in de Proloog van de Geheime Leer en de Drie Doeleinden

-De Drievoudige Evolutie

-De Kala Hamsa

-Het Hermetische Axioma

-De Ronden en Rassen

-De Zeven Heilige Planeten

-Videopresentaties van de Geheime Leer

Inlichtingen: secretariaat TVN, telefoon 020- 676 56 72, e- mail info@theosofie.nl

Voorjaarsdag TVN: Henk Spierenburg over De boeken Job: een inwijdingsgeschiedenis

Op 6 maart 2004 was er in Naarden een bijeenkomst, o.l.v. Henk Spierenburg, met als onderwerp de boeken Job (uit het Oude Testament). Zoals hij aangaf, had hij de instructie gekregen niet de hele tijd te praten over de ontoereikendheid van de bronnen, het gebrek aan informatie en dergelijke. Dit heeft hij dan ook alleen voor de pauze gedaan. Het blijkt dat er duidelijke aanwijzingen zijn dat de boeken van Job van Arabische (ofwel Egyptische) oorsprong zijn, zoals H.P. Blavatsky al in de 19de eeuw beweerde. Er zijn drie boeken gevonden die ieder uit de twaalfde dynastie stammen, dus ontstaan tussen 1990 en 1785 vóór Christus en grote overeenkomsten vertonen met het boek zoals dat in het Oude Testament staat. Blavatsky vond het boek zoals we dit kennen een slap aftreksel van het oorspronkelijke verhaal. Verder bleken er van dit bijbelboek verschillende versies te zijn, de meeste van na het begin van onze jaartelling, ondanks het feit dat het in het Oude Testament staat. Hoewel rechtse Christelijke groeperingen het boek graag historisch uit willen leggen, zegt de Talmoed ongeveer het volgende: ‘Job heeft nooit geleefd. Het is een verzonnen verhaal, gemaakt om iets duidelijk te maken. Het is dus een allegorie, net als spreuken en prediker.’ Henk voegde hieraan toe: alles wat lekker leest is niet ‘echt’.

134        Theosofia 104/3 · juni 2004

In het deel na de lunch ging Henk in op de inwijdingsweg waar het verhaal van Job een uitdrukking van is. Zoals in de hand- out (zoals altijd bij Henk weer uitgebreid. Het hele boek van Job stond er in) al was aangegeven wordt een inwijdingsweg in elke traditie gekenmerkt door een kwijt raken van alle houvast. Job raakt zijn rijkdom, zijn kinderen, zijn vrouw en uiteindelijk zijn gezondheid kwijt. In eerste instantie draagt hij zijn lijden nobel, maar uiteindelijk doet hij zijn beklag bij God. Waarom ik? Ik ben toch deugdzaam geweest? (mijn woorden) In dialoog met zijn drie vrienden verdedigt hij zich keer op keer, terwijl de vrienden hem ervan proberen te overtuigen dat hij dit verdiend moet hebben. Omdat hij niet naar hen luistert – spreekt uiteindelijk de vierde vriend. Dit is volgens Blavatsky de ingewijde, de wijze leraar. Deze spreekt pas als Job klaar is om hem te horen. Hij benadrukt Job’s gebrek aan kennis en macht ten opzichte van God, door bijvoorbeeld te zeggen: ‘(37.16,17) Begrijpt u iets van het zweven der wolken, de wonderwerken van het Volmaakte in kennis, u, wiens kleren heet worden, als de aarde stil is vanwege de zuidelijke hitte?’

Als hij dat allemaal niet kan en weet, hoe weet hij dan wat hij verdiend heeft? Vervolgens komt God zelf te spreken, bijvoorbeeld vers 38.4,5: ‘Waar was u, toen Ik de aarde grondvestte? Vertel het, indien u inzicht hebt! Wie heeft haar afmetingen bepaald? U weet het immers!’ enzovoorts. H.P. Blavatsky voegt hieraan toe dat ‘met zijn dodelijk materialisme de mens elke herinnering, niet alleen aan zijn heilige kindsheid, maar ook aan zijn vroege jeugd, heeft verloren, toen hijzelf een van de Bouwers was, “terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen van God jubelden”, toen zij de afmetingen voor de hoekstenen van de aarde hadden gelegd – om de diepe, veelzeggende en poëtische taal van [het boek van] Job, de Arabische ingewijde te gebruiken.’

(1) Uit het commentaar van Blavatsky en de tekst zoals Henk die voor de hand-out van het boek Job gemaakt heeft, kom ik tot de conclusie dat er feitelijk staat dat Job zich moet realiseren dat hij, ondanks zijn deugdzaamheid, geen ingewijde is. Die kennis heeft hij niet. Hij moet dus nederig zijn. Job realiseert zich dat God gelijk heeft: hij is niets, hij weet niets, hij is arrogant geweest en nu biedt hij nederig zijn excuses aan. Daarmee is het verhaal af. God vergeeft Job. Hij krijgt weer een gezonde familie (drie dochters), ziet zijn kleinkinderen en diens kinderen opgroeien en ‘Job stierf oud en van het leven verzadigd’ (42.17).

Henk maakt ons nieuwsgierig door aan te kondigen dat Blavatsky in haar werk aan geeft dat er vier inwijdingen zijn. Hij verwijst hiervoor naar zijn komende boek. Het boek Job gaat over de eerste van die vier inwijdingen. De nederigheid die Job vindt, is de sleutel tot de eerste inwijding: het besef als persoonlijkheid klein te zijn ten opzichte van het Al. Hij beseft de beperktheid van zijn eigen kunnen en kennis.

Theosofia 104/3 · juni 2004        135

Verder herinnert hij ons eraan dat elke inwijding die op een ceremonie gebaseerd is, slechts een oefeninwijding is. Een echte inwijding gaat niet over het aantrekken van mooie kleren, het schrijven van een werkstuk en het volgen van een ceremonie waarna je je vrijmetselaar van de zoveelste graad mag noemen. Een echte inwijding gaat over het opbouwen van je ‘buddhi’, in Henks woorden. Hierbij kan eventueel iets van een viering plaats vinden, maar dan een puur natuurlijke, spirituele viering. Het opbouwen van je buddhi is niet af te meten van buitenaf. Bij een echte inwijding verlies je alles. Je wordt terug geworpen op jezelf.

Het is belangrijk te bedenken dat het woord ‘God’ in deze tekst niet staat voor het Ain Soph of Parabrahman, het onnoembare, maar voor aspecten van de werkelijkheid om het verhaal duidelijk te krijgen. De God in het begin van het verhaal, die blijkbaar niet weet hoe trots Job is, is duidelijk een andere dan de God op het eind die Job confronteert met zichzelf.

Al met al was het weer een boeiende dag. We kregen informatie over de historische, tekstuele en filosofische achtergronden van het boek. Daarnaast was er genoeg informatie over hoe je het boek Job kunt interpreteren op een manier die in je eigen leven toepasbaar is.

Katinka Hesselink

Voetnoten

(1) Collected Writings deel 14, p. 26

Internationale conferentie van de Theosofische Orde van Dienst (Theosophical Order of Service*)

Er zal een internationale conferentie van TOS werkers – en allen die daarin geïnteresseerd zijn – worden gehouden op 1 en 2 januari 2005 direct na de conventie in Adyar.

In de laatste tien jaar heeft de TOS vooruitgang geboekt en is nu in een groter aantal landen werkzaam.

De leden van de Theosofische Vereniging zijn zich meer bewust geworden van de uitgebreidheid en de variatie van het werk.

Op de Conferentie van januari worden de deelnemers uitgenodigd om te discussiëren over de mogelijkheden die zij zien in hun plaatselijke werk en hun ideeën te delen om Theosofie een kracht te doen maken voor eigentijdse veranderingen in de maatschappij.

De TOS in India , geleid door Mr Mahendra P. Singhal, heeft meer dan 100 afdelingen. Groepsleiders hiervan zullen aanwezig zijn, evenals TOS leden vanuit de hele wereld.Kom en maak kennis met hen!!

Voor informatie – of voor aanvullingen van het nieuws bulletins “The Service Link”- schrijf naar de Internationale Secretaris van de TOS: Diana Dunningham Chapotin, Residence Isabelle, 18 Avenue Berlioz, 93270 Sevran, France, E-mail:tosinternational @wanadoo.fr

* In Nederland hebben wij geen afdeling van de TOS.

School of the Wisdom Adyar van 15 november tot 10 december 2004

Er zullen in deze School twee cursussen gegeven worden. Op de maandagen, dinsdagen en woensdagen wordt er door Joy Mills een cursus gegeven met als thema, “De Wetten van het Hogere Leven en onze hoogste plicht”. De andere cursus wordt gegeven door Dr Satish Inamdar op de donderdagen, vrijdagen en zaterdagen met als thema:”Begrijpen van Leven en Dood”.

Mevr. Joy Mills heeft vele malen de School of the Wisdom geleid. Zij gaf lezingen in vele delen van de wereld. Zij was de Nationale voorzitter van de T.S. in Amerika en Australië, en Internationale Vice- president. Zij heeft vele boeken geschreven.

Dr Satish Inamdar, MBBSD, MS General surgery, specialisatie “Kanker”. Hij bestudeert de leringen van Krishnamurti, de medische wetenschap en het leven.

Inschrijvingen door leden, met enige gegevens en een aanbeveling van de landelijke voorzitter van de Vereniging zenden aan:

Mrs Dolores Gago, secretaris van de School of the Wisdom,

The Theosophical Society

Adyar – Chennai – 600 020 – India

136        Theosofia 104/3 · juni 2004

Adopteer een plank!

Zoals u weet wordt het pand op de Tolstraat verbouwd. Door deze verbouwing zullen boekhandel, secretariaat en bibliotheek in een open verbinding met elkaar staan.

Hierdoor is het mogelijk de bibliotheek, die nu alleen op zaterdagmiddag open is, vijf dagen per week open te stellen voor studie en uitleen.

Door de nieuwe situatie die gaat ontstaan kunnen de oude stellingen, die uit verschillende soorten en verschillende maten bestaan en die soms dertig tot veertig jaar oud zijn, niet meer worden herplaatst.

Hiervoor moet nieuw materiaal worden aangeschaft en dat is erg duur.

De theosofische bibliotheek herbergt een collectie van 21000 banden en beslaat 475 strekkende meter. Regelmatig worden in deze bibliotheek studieopdrachten uitgewerkt en wordt onderzoek gedaan.

Inhoudelijk is zij voornamelijk gericht op Oosterse Wijsheidsleringen. De collectie heeft wat betreft theosofische werken een redelijke mate van compleetheid.

Hoe gaat zo’n adoptie?

Een plank van een meter kost ongeveer 75.

Wilt u een plank adopteren, stort dan het bedrag op giro 191910 t.n.v. Theosofische Vereniging in Nederland en vermeld daarbij: Adopteer een plank.

U mag natuurlijk ook 10 cm plank adopteren, maar laten we er allen samen garant voor staan dat de bibliotheek straks een open en uitnodigende plaats wordt, waardoor de toegankelijkheid van de theosofische literatuur gewaarborgd wordt.

Prins Bernhard
cultuurfonds

Het Prins Bernhard cultuurfonds heeft ons inmiddels €7.000,-  toegezegd voor dit doel. Daar zijn wij uiteraard heel dankbaar voor.

Wij zijn nog bezig andere fondsen aan te schrijven en hopen ook daar een bijdrage van te krijgen.

‘Het Web der Schepping.  Theosofie en kunst in Nederland van Lauweriks tot Mondriaan’

Veel lof ontving Marty Bax op 27 april 2004 van de leden van de beoordelingscommissie, haar ‘hooggeleerde opponenten’ bij de verdediging van haar proefschrift over Mondriaan en tijdgenoten en hun relatie tot Theosofie. Een uitspraak van één van hen was: “Ik heb er veel van geleerd”. Bemoedigend is dat. Zou het zo kunnen zijn dat er na meer dan 100 jaar aandacht komt voor Theosofische ideeën als achtergrond van het werk van Mondriaan en een hele groep kunstenaars uit die tijd, waaronder architecten als De Bazel en Berlage? De studie van Marty zal daartoe zeker bijdragen. Met haar stelling dat kunst alleen juist te interpreteren is wanneer je bekend bent met het gedachtegoed van de kunstenaar (en de geest van de tijd), heeft ze, zo verduidelijkte ze tijdens de verdediging van haar proefschrift, voor een andere dan in de kunstgeschiedenis gebruikelijke invalshoek gekozen. Daar waar ‘traditionele’ kunstgeschiedenis kiest voor een analyse van het beeld (compositie, kleurgebruik, expressieve waarde, enz.) is juist een bewuste aanpak vanuit de filosofische achtergrond interessant. Zelf spreekt ze van een ‘interdisciplinair onderzoek’, waarin ze kunstgeschiedenis verbindt met sociologie en religie (in dit geval ‘oude wijsheid’). Haar stelling is: “Wie niets weet van Theosofie zal de bedoeling van Mondriaan niet kunnen begrijpen.” Ook als haar boek aangeeft wat Theosofie is, is het toch eigenlijk niet verwonderlijk dat een van de opponenten, die middag, opnieuw vroeg om een definitie van ‘Theosofie’, en ook van ‘Theosofische kunst’. Wanneer je niet bekend bent met de manier waarop in de Theosofie een allesomvattend systeem wordt gepresenteerd, met andere woorden met het ‘inclusieve denken’ van Theosofen, is het niet eenvoudig een beschrijvende definitie van Theosofie te aanvaarden. Theosofie legt de nadruk op de overeenkomsten tussen alle religieuze stromingen en kan daarom niet als een religieuze stroming, naast vele andere worden bestempeld. Maar waar een de inhoud afbakenende definitie wordt verwacht, zal een beschrijvende definitie niet voldoen.

cultuurfonds_horizontaal_zw

Theosofia 104/3 · juni 2004        137

Marty Bax vraagt aandacht voor het standpunt dat je zonder het gedachtegoed van een kunstenaar te kennen, je wat hem of haar bezighoudt niet kunt invoelen. Natuurlijk kun je van het werk van Mondriaan genieten, je kunt het bewonderen en het kan tot je hart spreken. De vibratie van de landschappen bij maanlicht is nog te voelen in de zinderende geabstraheerde bomen en de manier waarop de felrode kleurvlakken in het latere werk van het doek spatten. Je voelt iets van het zoeken naar harmonie en evenwicht, naar een rustpunt binnen al die beweging.

In hoeverre de kunstenaar daar ook bewust mee bezig was, is voor de beleving van het werk eigenlijk niet aan de orde. Voor veel beschouwers hoeft dat misschien ook niet, maar er zullen nieuwsgierige mensen zijn, die geïntrigeerd door het werk, meer van de achtergronden zouden willen weten. Een grondige studie van de Theosofische denkbeelden kan veel aan de beleving van de beschouwer van deze kunstwerken toevoegen.

En dan blijkt dat juist Mondriaan, onder andere in zijn artikelen in het blad ‘De Stijl’ veel informatie geeft over wat hem bezighoudt. Hij staat daarmee in een traditie.

Sinds het begin van de 20ste eeuw beschikken we over veel geschreven werk van beeldende kunstenaars, vaak vervat in manifesten of in tijdschriften en meestal ontstaan binnen een groep kunstenaars, die hun ideeën uitwisselen en elkaar in hun werk bevruchten. Denk ook aan kunstenaars als Kandinsky en Klee. In zulk geschreven werk ligt, voor ons als beschouwers en nieuwsgierigen, de sleutel tot een beter begrip van het denken van deze kunstenaars.

Dat Mondriaan in zijn jonge jaren lid was van de Theosofische Vereniging is wel bekend, maar Marty Bax laat in haar studie zien dat de relatie van Mondriaan met de Theosofie niet alleen tot uiting komt in zijn vroege werk, toen hij nog lid was van een Nederlandse Theosofische Loge. Ze beschrijft dat het vooral zijn latere werk is, waarin hij heeft geprobeerd de universele ideeën over de wereld en de kosmos, zoals in de Theosofie verwoord, op een eigen manier tot uiting te laten komen. Zijn ‘Nieuwe Beelding’ zit vol met verwijzingen naar deze ideeën, b.v. naar het begrip ‘dualiteit’: de tegenstellingen mannelijk/vrouwelijk, stof/geest, enz. Ze lijken aan elkaar tegengestelde krachten en daardoor niet te verenigen, maar komen voort uit één en dezelfde bron, de natuur of Natuur (in de zin van de alle krachten in de kosmos), en zijn in hun samenspel complementair. Mondriaan probeert de dualiteit waarin we leven weer te geven in zijn composities door middel van strakke lijnen (het symbool voor het mannelijke, de beweging) en monochrome kleurvlakken (symbool voor het vrouwelijke, de ruimte en mogelijkheid). Ook de aantekeningen in zijn schetsboeken wijzen erop dat deze begrippen hem sterk boeiden. Dit betekent echter niet dat deze ideeën alleen op de manier van Mondriaan te verbeelden zouden zijn. Het proces van het zoeken naar evenwicht en harmonie in een bewegende wereld is op vele manieren te verbeelden. Ook in de figuratieve kunst, architectuur en toegepaste kunst in de tijd van Mondriaan zijn veel voorbeelden te vinden, zoals Marty Bax in haar boek aangeeft.

Bijvoorbeeld de driehoek, die als steeds terugkerend symbool van de relatie tussen het mannelijke, het vrouwelijke en als derde hoek, de verbindende kosmische kracht verbeeldt. Berlage heeft als architect van de Beurs in Amsterdam waarschijnlijk om die reden de driehoek als centraal thema gebruikt. Van de ruimte zou een grote harmonische werking uitgaan.

Vanzelfsprekend werken kunstenaars, bewust of onbewust, al eeuwen met de kracht van geometrische figuren, en rekenkundige verhoudingen, maar dat de symbolische betekenis in het begin van de 20ste eeuw in schilderkunst, architectuur en toegepaste kunst vaak bewust werd uitgedrukt, daar was tot nu toe in de kunstgeschiedenis minder aandacht voor. De relatie met ideeën uit Theosofie en ook Vrijmetselarij zijn nu veel duidelijker geworden.

‘Het web der schepping’, de titel van de studie, is zo stelt Marty Bax, niet alleen op te vatten als het weven van een web, verwijzend naar een van de Stanza’s van ‘De Geheime Leer’ van Blavatsky, waarin de vader (kracht), de beweging en de moeder(kracht), de ontvankelijkheid, samen het web weven waaruit de wereld(en) ontstaan. Het web is, zo zegt Marty, ook op te vatten als de sociale wereld van de kunstenaar. Gezeten in het web van zijn omgeving, schept of ‘weeft’ hij en geeft voortdurend samen met anderen vorm. Hij probeert zijn beeld van de werkelijkheid weer te geven en dat met andere mensen te communiceren.

138        Theosofia 104/3 · juni 2004

Het is de motivatie, intentie, het blijven proberen het leven (al of niet in beelden) vorm te geven, wat ook in de Theosofie van het dagelijkse leven een essentieel begrip is, die doorslaggevend is voor de bijdrage van kunstenaars en kunst aan de ontwikkeling van de samenleving. Het is de kracht van de pogingen die de waarde bepalen van de kunstenaars voor de mensheid en niet de al of niet directe verstaanbaarheid van de uiteindelijke werken.

Binnenkort in handelseditie verkrijgbaar belooft het boek een interessante bijdrage te leveren aan een beter begrip van het denken van een hele generatie kunstenaars, schilders en architecten, zowel als ontwerpers van toegepaste kunst. Het zou boeiend zijn om de schrijfster zelf te horen vertellen over haar boek. Misschien iets voor een lezing in de Loges? Wat Theosofische Kunst is, is misschien niet aan te geven, maar misschien is het boek van Marty Bax een Theosofisch boek geworden

Corretje Eijgenstein