TVN Home » Tijdschrift Theosofia » 2005 » Februari » Gilles Quispel en H.P. Blavatsky over het Thomas-evangelie
H.P. Blavatsky

Gilles Quispel en H.P. Blavatsky over het Thomas-evangelie

  • Henk Spierenburg

Henk Spierenburg is samensteller van een aantal boeken over H.P. Blavatsky, waaronder The New Testament Commentaries of H.P. Blavatsky en H.P. Blavatsky: On the Gnostics

Prof. Quispels nieuwe boek

Het Evangelie van Thomas, uit het Koptisch vertaald en toegelicht door Gilles Quispel, 379 blz., gebonden met leeslint, In de Pelikaan, Amsterdam 2004, ISBN 90-71608-15-8, E 28,00.

Het Thomas-evangelie vóór de ontdekking

De kerkvader Hippolytus zegt in het jaar 230 in zijn commentaar op het Lucas-evangelie: “Er bestaat ook een Thomas-evangelie.”

De kerkvader Hippolytus zegt in het jaar 233 in zijn Weerlegging van alle ketterijen, 5.7(5.2): “De Naäsenen [een gnostische sekte] spreken over een verborgen natuur in de mens die zich zal manifesteren. Dit is het koninkrijk der hemelen waar later naar wordt gezocht. Hierbij halen zij het evangelie volgens Thomas aan, als volgt: ‘Wie mij zoekt zal mij vinden in kinderen van zeven jaar en ouder: daarin ben ik gemanifesteerd [en] verborgen in het veertiende jaar.’” Dit toont een duidelijke verwantschap met Logos 4 van het Thomas-evangelie: “Jezus zegt: ‘Niet zal aarzelen een oude van dagen om een kleine jongen van zeven dagen te vragen naar de plaats des Levens en hij zál leven.’” Wat een plezier zal Prof. Quispel hebben gehad om het Griekse ouk opoknêsei letterlijk te vertalen met: niet zal aarzelen.

Theosofia 106/1 · februari 2005        27

Zo kunnen we nog een poosje doorgaan met het aanhalen van kerkvaders en andere bronnen, die het evangelie van Thomas vermelden. Literatuur in de bekende boeken van Hennecke-Schneemelcher (Duits) en James (Engels) over de apocriefen en pseudepigrafen van het Nieuwe Testament.

De ontdekking van de Griekse fragmenten

Prof. Quispel beschrijft in zijn boek hoe en wanneer de eerste Griekstalige fragmenten van het Thomas-evangelie zijn gevonden. Hij vertelt hoe twee Engelse geleerden in de jaren 1896-1897 in Egypte bezig waren met opgravingen in de oase Fayum, waar tijdens de eerste eeuwen van onze jaartelling de stad Oxyrrhynchus lag.

In totaal vond men drie delen van het Thomas-evangelie op drie verschillende papyri: in 1897 de logoi 26 t/m 33, en in 1903 respectievelijk de logoi 1 t/m 7 op een tweede papyrus en de logoi 24 en 36 t/m 39 op een derde papyrus in datzelfde jaar. De drie papyri zijn respectievelijk genummerd: 1, 654 en 655.

De Koptische tekst

In 1945 werd in het plaatsje Nag Hammadi een groot aantal Koptische geschriften gevonden. In de geschiedenis van die geschriften heeft Prof. Quispel een grote rol gespeeld.

Nu het hier echter alleen gaat om het Thomas-evangelie, gaan we die geschiedenis binnen in 1956. Op het moment dat Prof. Quispel in Cairo was, samen met zijn vrouw, brak de Suez-crisis uit. Quispel vluchtte uit Cairo met zijn vrouw naar Alexandrië, en van daaruit met het Amerikaanse oorlogsschip Thyban naar Napels.

In zijn koffer had hij een fotokopie van de Koptische tekst van het Thomas-evangelie uit Nag Hammadi. Daarmee startte hij het onderzoek naar dit evangelie dat nu, in 2004 is uitgemond in zijn nieuwste boek.

Gilles Quispel: Het Evangelie van Thomas is uitgegeven door ‘In de Pelikaan’, de uitgeverij van de Bibliotheca Philosophica Hermetica, en is deel 10 van de serie ‘Texts and Studies’ van die bibliotheek. De redactie was in handen van Cis van Heertum, een naam die we vaak zien in bundels met artikelen over Gnosis, Hermetica, etc.

Een voorwoord in de vorm van een brief aan Gilles Quispel is geschreven door Joost Ritman, de oprichter van de genoemde bibliotheek.

Dan gaat Prof. Quispel van start met zijn Inleiding. Die inleiding is aan de ene kant het betoog van een geleerde met de bijbehorende aanhalingen, bewijsvoeringen en theorieën, aan de andere kant is het een betoog waarin we kennismaken met Quispels beleving van al die jaren onderzoek. Vreugde en ergernis pieken er beide uit. Wie veel van dit soort betogen heeft gelezen van geleerden van dezelfde portuur, komt erachter wat nu precies ergert: de traagheid van denken van sommige collega’s.

Het is hier niet de plaats precies te bepalen wat de inleiding allemaal betoogt. Zeer interessant echter is Quispels betoog over de oorsprong van het Thomas-evangelie. Zo stelt hij dat het evangelie is samengesteld in het jaar 140 in Edessa, een Griekse stad in Mesopotamië. Aangezien Edessa een belangrijk centrum van het Aramese christendom was, beginnen zijn stellingen en theorieën over het Thomas-evangelie bij dat speciale christendom.

Wie precies wil weten wat verder betoogd wordt in de inleiding, moet het boek lezen.

28        Theosofia 106/1 · februari 2005

Quispels commentaren op de 114 woorden

Waar een Griekse tekst aanwezig is, vertaalt Quispel die tekst en niet de Koptische. Een enkele keer corrigeert hij de Griekse tekst aan de hand van een overlevering of de Koptische tekst.

De Koptische tekst vertaalt hij als dat de enige is, maar als er een Griekse bron te vinden is, waar dan ook vandaan, confronteert hij de Koptische tekst met die bron.

‘Geef mij de Statenvertaling maar,’ leest men als hij een ‘gewone’ bijbeltekst gebruikt in zijn betoog. De wijze waarop hij het Nederlands hanteert, verraadt de man die lang geleden de Nederlandse grammatica nog moest leren zoals zij toen was. Of zelfstandige naamwoorden vrouwelijk of mannelijk zijn, hij vergist zich niet.

Wat moet men er verder over zeggen?
De commentaren bij elk van de 114 woorden spreken voor zichzelf. Het is een geleerd commentaar, maar toch gemakkelijk leesbaar. Het leest zoals de drie ‘Jezus-boeken’ van Schillebeeckx zich lieten lezen. Ook die haalde goud uit Ophir en ceders uit de Libanon als hem dat paste, zoals Gilles Quispel dat dus ook doet.

Blavatsky over het Thomas-evangelie

Hier zal de oplettende lezer even doen stokken. Eerst wordt verteld dat de Griekse fragmenten zijn ontdekt in 1897 en 1903 en de Koptische tekst in 1945. Vervolgens wordt gesteld dat Blavatsky over het Thomas-evangelie schreef, terwijl zij in 1891 reeds was gestorven.

Zij baseert haar oordeel op de fragmenten die te vinden zijn bij de kerkvaders. In de Pistis Sophia, 2.70 krijgt Thomas de opdracht over een aantal zaken te schrijven. Dit is de reden dat zij hieronder naar die opdracht verwijst, als zij over het Thomas-evangelie spreekt: CW, 13, 47: “Dat er een filosofisch evangelie van Thomas was, wordt duidelijk uit de aard van de aanhalingen en verwijzingen. Maar dat dit het evangelie zou zijn dat Thomas moest schrijven, moet voor altijd een mysterie blijven, tenzij er een nieuw bewijsstuk op tafel komt.” Het evangelie van Thomas is inderdaad boven tafel gekomen, maar wat nu precies de relatie is met de opdracht in de Pistis Sophia, zal inderdaad een mysterie blijven.

Door het feit dat H.P. Blavatsky een boodschap bracht die een grote verwantschap vertoont met wat in meer esoterische geschriften van het christendom te vinden is, en er sprake is van vele parallellen van het Thomas-evangelie en het Nieuwe Testament, is het mogelijk Blavatsky’s commentaren op een aantal logia te vinden.

Voor de logia is meestal de vertaling van Quispel gebruikt. Er is geen diepgaand onderzoek ingesteld naar het voorkomen van gelijke ideeën in het Thomas-evangelie en het werk van H.P. Blavatsky. Wat ‘uit de losse pols’ kon worden gevonden, is opgenomen. De paginanummers van de oorspronkelijke Engelstalige uitgaven van Blavatsky zijn gebruikt:

IU = Isis Unveiled;
CW = Collected Writings;
Key = The Key to Theosophy;
SD = The Secret Doctrine.

Logos 3: “Het koninkrijk van God is binnenin ons…”

Key, 11n: “De ware theosofie is voor de mystici de toestand die Apollonius van Tyana als volgt beschreef: ‘Ik kan de toekomst en het verleden zien als in een heldere spiegel. De wijze behoeft niet te wachten op de nevelen van de aarde en de verstoring van de atmosfeer om de gebeurtenissen te kunnen voorzien… De goden zien de toekomst, de gewone mensen zien het heden, de wijzen zien wat er gaat gebeuren.’ ‘De theosofie van de wijzen’ waarvan hij sprak, wordt zeer goed verwoord in de uitdrukking: ‘Het koninkrijk van God is binnenin ons.’”

Logos 4: “…vele eersten zullen de laatsten zijn…”

CW, 11, 198: “In zowel de wet van Karma als… in de evangeliën vinden we dat de eerste de laatste zal zijn – in het hiernamaals.”

Theosofia 106/1 · februari 2005        29

Logos 7:“Zalig de leeuw die een mens zal opeten, en de leeuw zal mens worden…”

IU, 2, 275, 274: “In deze lijst van avâtara’s van [de Hindoe God] Vishnu ontdekken we de trapsgewijze evolutie en transformatie van alle soorten die voortkwamen uit het ante-Silurische slijk van Darwin…

1. …als een vis

2. …als een schildpad

3. …als een zwijn

4. …als een mens-leeuw; het laatste dierlijke  stadium

5. …als een dwerg; de eerste stap naar de      menselijke vorm

6. …als een held, maar nog steeds een      onvolmaakte vorm

7. …fysiek een volmaakt mens…[etc.]…”

Logos 8:“Wie oren heeft om te horen, die hore.”

CW, 10, 95: “Wie de ‘de geheimen van het verlichte volk wil kunnen volgen’ – moet eerst reizen langs de paden van de ware theosofie; alleen dan kan hij verwachten door te dringen in het gebied van Mysterie en verheven Kennis.

“Wij staan [dan] bij de tweesprong van de wegen, waar het éne pad leidt tot de neerwaartse helling van de duistere vallei van onwetendheid, en het andere omhoog leidt naar het zuivere hemelse gebied van het zijn. Aan ons is het een waarschuwing te laten horen en een woord van bemoediging te spreken; wie oren heeft om te horen, die horeEN MOET WIJS ZIJN .”

Logos 9: “Ziet, de zaaier ging uit, hij vulde zijn hand met zaadkorrels, hij strooide ze uit. Sommige vielen op de weg, de vogels kwamen, ze verzamelden ze. Andere vielen op de rotssteen en schoten geen wortel in de aarde en brachten geen vrucht voort. En anderen vielen tussen de doornen, die verstikten het zaad en de wormen aten hen op. En sommige vielen in goede aarde en die bracht goede vrucht voort…”

CW, 11, 168: “Wij zaaien ons zaad en een deel valt langs de kant van de weg, oftewel in ongeïnteresseerde oren; een deel valt op de rotsachtige grond, waar het opspringt met een vurig en emotioneel enthousiasme, en kort daarop, omdat het geen wortels heeft, sterft het en waait weg. In andere gevallen zijn het de doornen en hartstochten van de materiële wereld die de groei van goede vruchten weerhouden, het sterft dan door de zorgen van het leven en de verlokkingen van de rijkdom. Helaas, het is slechts in de weinigen dat het zaad van de theosofie goede grond vindt en zich honderdvoudig vermeerdert.”

Logos 11: “Deze hemel zal vergaan en degene daarboven zal vergaan…”

CW, 14, 258: “Als de uitleggers kiezen om dit te zien als een verwijzing naar een schepping, een zondvloed, en een beloofde wederkomst van Christus, als zij in het nieuwe Jeruzalem in de hemel zullen leven, dan is dat niet de fout van Petrus [in de parallelplaats 2 Petrus 3.10]. Waar hij op doelde was de ondergang van het vijfde ras en het verschijnen van een nieuw werelddeel voor het zesde ras.”

Logos 12: “De discipelen zeiden tot Jezus: ‘Wij weten dat u heen zult gaan en ons zult verlaten. Wie moet er dan leider over ons worden?’ Jezus sprak tot hen: ‘Waar jullie ook gekomen mocht zijn, je moet altijd terugkeren naar Jacobus de rechtvaardige, omwille van wie hemel en aarde geschapen zijn.’”

CW, 8, 379n: “Jacobus, de broeder van de Heer, hoofd van de kerk van Jeruzalem, was een gnosticus tot in zijn vingertoppen, een asceet van het oude bijbelse type, d.w.z. een Nazareeër gewijd aan het ascetisme vanaf zijn geboorte. Het scheermes had zijn hoofd en zijn baard nimmer beroerd. Hij was iemand als Jezus, zoals we deze kennen uit de legenden en afbeeldingen, zoals alle ‘broeder-ingewijden’ van elk land zijn; van de yogi-fakir uit India tot aan de grootste Mahatma’s onder de Ingewijden van de Himalaya’s.”

30        Theosofia 106/1 · februari 2005

Logos 36: “Jezus zegt: ‘Maakt jullie geen zorgen van morgen tot avond en van avond tot morgen, over jullie voedsel, wat jullie zullen eten, en ook niet over jullie kleding wat jullie zullen aantrekken. Jullie staan boven de leliën des velds, die niet kaarden of spinnen.’”

CW, 7, 152: “De stichters [van de T.S.], en allen die werkzaam zijn op het hoofdkwartier, bij voorbeeld, zijn uitgenodigd om hun theosofische aard te tonen door te leven als de vogels in de lucht en de leliën van het veld, die noch zaaien noch oogsten, noch kaarden noch spinnen en niet denken aan de dag van morgen. Dat is eigenlijk niet te verwezenlijken, zelfs niet in India, waar een mens gekleed kan gaan in het gewaad van een engel, maar nochtans rente en belasting moet betalen…”<

CW, 12, 393: “Het ‘Koninkrijk van God’ van Jezus, is slechts een andere naam voor ‘Nirvana’. Zijn geboden om zich geen zorgen te maken over morgen, noch over wat er gegeten of gedronken moet worden, maar te leven als de vogels in de lucht en de leliën van het veld, zijn niets anders dan een andere versie van de leringen van Boeddha. Beide meesters proberen hun volgelingen te doordringen met het idee dat ‘iedere dag genoeg heeft aan zijn eigen kwaad’…”

Logos 39a: “Jezus zegt: ‘De Farizeeën en de Schriftgeleerden hebben de sleutelen van de Gnosis ontvangen; zij hebben die verborgen. Zelf zijn ze niet naar binnen gegaan en hen, die wel naar binnen wilden gaan, lieten zij niet toe.’”

CW, 11, 93-94, 95: “Gedurende de mysteriën van Eleusis, werd Bacchus gerepresenteerd door wijn en Ceres – wijn en brood, oftewel koren. Ceres of Demeter was het vrouwelijke voortbrengende beginsel van de aarde… Ceres en Bacchus waren de personificaties van substantie en geest…

“Maar tussen deze nobele ritus, zo oud als symbolisme is, en de latere antropomorfische interpretatie, nu bekend als transsubstantiatie, is een afgrond van kerkelijke sofisterijen. Dit dwingt ons met kracht tot de volgende interpretatie: ‘Wee u, schriftgeleerden! U hebt de sleutel van de gnosis verborgen (en wil geen toestemming geven aan anderen de gnosis te ontvangen);’ met tienvoudige kracht moet ik zeggen dat het op dit moment van meer belang is dan toen. Ja, die gnosis wilden zij niet zelf gebruiken, en waar anderen deze wel wilden gebruiken, verhinderde men dat. Dit geldt nog steeds!”

Logos 39b: “Maar jullie moeten arglistig* als de slangen en argeloos als de duiven zijn.”

[* Quispel vertaalt het Koptische ‘Fronimoc’ (leenwoord van het Griekse ‘Phronimos’) met arglistig, maar dat is erg negatief, men kan het woord ook vertalen met slim, verstandig, etc.]

SD, 1, 74: “Jezus accepteerde de slang als een synoniem van wijsheid, en dat was deel van zijn leringen: ‘wees wijs als de slangen,’ zei hij.”

SD, 2, 364: “Dat de slangen altijd de zinnebeelden van wijsheid en verstandigheid zijn geweest, vindt men verbeeld door de staf van Mercurius, dezelfde als Toth, de god van de wijsheid, met Hermes, enzovoort…”

Logos 47: “Zij gieten geen nieuwe wijn in oude zakken, anders barsten die en zij gieten geen oude wijn in een nieuwe zak, anders bederft die wijn.”

Key, 231: “Proberen politieke hervormingen door te voeren alvorens wij een hervorming in de menselijke aard hebben doorgevoerd, is als het gieten van nieuwe wijn in oude zakken.”

Theosofia 106/1 · februari 2005        31

Logos 48: “Jezus zegt: ‘Als twee in vrede met elkaar leven in dit ene huis, kunnen zij tegen een berg zeggen: “Opzij” en hij gaat opzij.’”

SD, 2, 59n: “De woorden ‘wie tot deze berg zou zeggen: hef u op en werp u in de zee, en in zijn hart niet zou twijfelen, maar geloven, dat hetgeen hij zegt, ook geschiedt, het zal geschieden,’ zijn geen ijdele woorden. Slechts het woord geloven moet worden vervangen door WILLEN. Geloof zonder Wil is als een windmolen zonder wind – resultaat nul.”

Logos 62: “Jezus zegt: ‘Ik vertel mijn geheimenissen alleen aan hen, die voor mijn geheimenissen ontvankelijk zijn…”

CW, 8, 271: “De opvolgers van de apostelen schreven de geheime leer van Jezus – de ‘mysteriën van het koninkrijk van de hemel’ – nooit op, omdat het alleen aan de apostelen ter kennis was gegeven. De leer werd achtergehouden, weggeworpen en vernietigd. Wat tot ons is gekomen in de duur van de tijd zijn de leerregels, de parabels, de allegorieën en de fabels, die Jezus speciaal heeft bedoeld voor de spiritueel doven en blinden, om later aan de wereld te worden onthuld…”

Logos 69a: “Jezus zegt: ‘Zalig zijn zij, die vervolgd worden, in hun hart. Zij zijn het, die werkelijk de Vader kennen.”

IU, 2, 635: “Er is slechts ÉÉN Waarheid, de mens behoeft slechts één kerk – de Tempel van God binnenin ons, ommuurd door de stof, maar benaderbaar door een ieder die de weg weet te vinden; de zuiveren van hart zien God.”

Een universum waarin alles de neiging had
om zijn eigen beweging tot stilstand te brengen, zou al gauw een dood heelal zijn,
verstoken van enig leven of activiteit.
Maar wetenschappelijke onderzoekingen
hebben aangetoond, dat zowel in oneindig kleine als in oneindig grote voorwerpen,
alles beweging is.
De atomen zijn onophoudelijk in beweging …
de aarde is steeds in beweging, de zon evenzeer, en ook de sterren zijn altijd in beweging.
We vinden niets
wat in volkomen rusttoestand verkeert.

The Einstein Theory of Relativity, p. 48