TVN Home » Tijdschrift Theosofia » 2006 » April » Wie Was… Karel de Bazel, theosofisch architect
Karel de Bazel

Wie Was… Karel de Bazel, theosofisch architect

Op de vraag ‘Wie is dat?’ zou elke theosoof bij Karel de Bazel moeten antwoorden: dat is een van de belangrijkste architecten van de Nederlandse theosofische beweging geweest. Karel de Bazel (1869-1923) staat op dit moment in de belangstelling, omdat zijn laatste creatie, de Nederlandsche Handel-Maatschappij aan de Vijzelstraat in Amsterdam, verbouwd wordt om het Gemeentearchief te kunnen huisvesten. De verbouwing heeft nogal wat voeten in aarde, dus het is de vraag of de verhuizing in oktober 2006 te verwachten valt. Deze datum is gekozen, omdat het dan precies 80 jaar geleden is dat het gebouw officieel in gebruik werd genomen. De Bazel heeft dit niet meer meegemaakt. Hij overleed op 28 november 1923 aan een hartstilstand in de trein van het Gooi naar Amsterdam.

De verbouwing is niet alleen lastig omdat eerdere aanpassingen en restauraties ongedaan moeten worden gemaakt en het gebouw meer dan 35 kilometer archief moet gaan bevatten, maar ook omdat er in feite weinig over het gebouw bekend is. Dat wil zeggen: over de intenties van De Bazel bij het ontwerpen van het gebouw. Het archief en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zijn met elkaar in strijd verwikkeld over onder meer het openen van de gevel op straatniveau, om het gebouw toegankelijker te laten ogen.

Maar welke argumenten moeten beide partijen aandragen voor hun voor of tegen, wanneer De Bazels eigen ideeën daarover niet bekend zijn? Of zijn die wel bekend, maar worden ze niet gezien? Wie De Bazels kunst en architectuur wil begrijpen, moet allereerst zijn theosofische levensovertuiging in ogenschouw nemen. Want hoewel vele kunstenaars en architecten in De Bazels tijd lid zijn geweest van de Theosofische Vereniging, zijn er weinigen te vinden die zo overtuigd vanuit de theosofie hebben gedacht en gewerkt. En vanuit de gemengde vrijmetselarij, moet daaraan worden toegevoegd, want hij was al vroeg lid van Le Droit Humain en bleef dat ook zijn hele leven. Een speciale opdracht voor hem was dan ook de bouw van het complex in Den Haag in opdracht van de Theosofia Stichting in 1915, dat zowel het Haags theosofisch centrum moest worden, maar ook een tempel van de gemengde vrijmetselarij en de rozenkruiserij omvatte.

Karel de Bazel was een van de belangrijkste architecten van de Nederlandse theosofische beweging.

Zijn laatste creatie, de Nederlandsche Handel-Maatschappij in Amsterdam wordt momenteel verbouwd om het Gemeentearchief te kunnen huisvesten.

Het complex in Den Haag, De Ruyterstraat.

64        Theosofia 107/2 · april 2006

De Bazel was in 1894 lid van de Theosofische Vereniging geworden. Na omzwervingen in anarchistische en socialistische kringen vond hij zijn ware spirituele thuis hier. Samen met enkele andere kunstenaars, onder wie zijn toenmalige nauwe vriend Mathieu Lauweriks, richtte hij in 1896 de Vahâna-loge op naast de Amsterdamse loge. Deze Vahâna-loge trok tot 1904 uitsluitend kunstenaars en hun familie aan. Tussen 1897 en 1904 gaven zij een theosofische ontwerpcursus voor een nieuwe aanstormende generatie kunstnijveren en architecten. Een paar honderd mensen moeten deze cursus hebben gevolgd en de invloed van deze cursus is tot zeker in de jaren twintig te merken. In de cursus werd het ‘ontwerpen op systeem’ geleerd. Kunst van ware schoonheid, zo leerde men, was altijd op kosmisch-geometrische figuren als vierkanten, cirkels en driehoeken gebaseerd.

De Bazel heeft zich zijn hele leven lang consequent aan dit uitgangspunt gehouden. Geen ontwerp kwam van zijn tafel of uit zijn ontwerpbureau, of er lag een schijnbaar eenvoudig, maar in realiteit zeer sophisticated toepassing van een kosmisch systeem aan ten grondslag. Daarbij was De Bazel een begenadigd ambachtsman. Hij was zijn loopbaan als eenvoudig timmerman begonnen en ook dat vak liet hij nooit meer los. Zijn materiaalbehandeling, vooral die van zijn interieurkunst, was zo verfijnd en gedetailleerd, dat geen van zijn collega’s ook maar bij hem in de buurt is gekomen. De Bazel combineerde dus Stof met Geest, in meerdere betekenissen van het woord.

Ook al werd De Bazel maar 55 jaar, hij heeft op de Nederlandse cultuur een onuitwisbare indruk achtergelaten. Niet alleen door een indrukwekkend oeuvre, variërend van een inktpot of een glas tot een monumentaal gebouw, maar ook door zijn bezonken, vergeestelijkte persoonlijkheid, die het ideaal altijd boven de al te menselijke beperkingen en conflicten stelde. Hij was de belichaming van de ‘priester-kunstenaar’, die weliswaar aan stof was gebonden, net als zijn kunst, maar die zijn leven volkomen in dienst had gesteld van het streven naar een betere samenleving. De kunst was zijn roeping, zijn theosoof-zijn gaf daar de enige juiste invulling aan.

Marty Bax,
kunsthistorica


De Nederlandsche Handel-Maatschappij aan de Vijzelstraat in Amsterdam