TVN Home » Tijdschrift Theosofia » 2006 » Augustus » Over geen weerstand bieden, N. Sri Ram
Nilakanta Sri Ram

Over geen weerstand bieden, N. Sri Ram

De dichter Shelley schreef de beroemde woorden, ‘Het Ene blijft, het vele verandert en gaat ten einde’, wat op verschillende manieren kan worden uitgelegd. Meestal ligt de schoonheid van een poëtische uitspraak in het uitdrukken van meer dan één betekenis.

Dat wat altijd Eén is, ondeelbaar en onveranderlijk, kan niet ophouden te bestaan. Alle dingen die dit wel doen gaan eerst in kwaliteit achteruit, vallen door krachten in henzelf uiteen en houden vervolgens op te bestaan; maar als iets ondeelbaar is dan moet het natuurlijk voor altijd blijven bestaan. Het Ene kan voorgesteld worden als de bron waaruit het vele voortkomt, de substantie waaruit het vele gevormd wordt.

Volgens de occulte leer is deze substantie Stof in zijn oorspronkelijk aspect. Als zodanig kunnen we het aether noemen. Hier en daar maakt HPB een onderscheid tussen aether en ãkãsa, maar elders spreekt ze erover alsof zij hetzelfde zijn. De gedachte aan aether als een zee waarin alle dingen zich bewegen werd in de negentiende eeuw door de wetenschap gekoesterd; het bleek een hypothese te zijn die werkte en duidelijkheid gaf. Sir Oliver Lodge was een bekend vertegenwoordiger van dat denkbeeld. Daarna kwamen de theorieën van Einstein ervoor in de plaats, die de indruk kunnen wekken weinig te maken te hebben met onze werkelijke ervaring omtrent het wezen van de dingen. Maar zij zijn geaccepteerd omdat ze in de praktijk voldoen; de hedendaagse wetenschap is in staat zijn voorspellingen te doen zonder de hypothese van een dergelijke tussenstof als aether. Als er sprake is van een materiële tussenstof dan moet het op de een of andere manier de beweging van materiële lichamen belemmeren en enige vertraging veroorzaken, maar dat gebeurt niet en daarom heeft aether opgehouden een rol te spelen in de hedendaagse wetenschap.

Een ongewijzigd overgenomen lezing gehouden op 12 januari 1970 te Adyar door de toenmalige president van de Theosophical Society.

128        Theosofia 107/4 · augustus 2006

Aether of Wortelstof heeft geheimzinnige eigenschappen die afwijken van gewone materie. Het lijkt meer op bewustzijn in zijn fundamentele aspect. Gewone materie moet enige weerstand bieden. Ons eigen denkvermogen biedt weerstand aan vele dingen: het staat open voor en trekt zelfs bepaalde ideeën aan, maar stoot andere af. Dat heeft te maken met het niveau van bewustzijn zoals dit zich in onszelf heeft ontwikkeld. Maar er kan een soort bewustzijn bestaan dat helemaal geen weerstand biedt, zodat alle trillingen van welke golflengte dan ook er door heen kunnen dringen, het bewustzijn kan er kennis van nemen, maar verandert er niet door; het blijft ongewijzigd temidden van veranderingen. Dat soort bewustzijn is diep in ons verborgen, of het is in aanleg aanwezig. In elk geval kunnen we de vraag stellen of er een dergelijk bewustzijn kan bestaan.

Deze toestand om helemaal geen weerstand te bieden wordt door Krishnamurti uitgedrukt als gevoeligheid, kwetsbaarheid. Het maakt de leer van Lao-Tze over het bieden van geen weerstand begrijpelijk als een realiteit die in de praktijk zijn waarde heeft. Het is een innerlijke toestand van volstrekte bescheidenheid, nederigheid  waarbij er geen weerstand is. Dit ontbreken van weerstand wil echter niet zeggen dat men niet in staat is tot handelen, maar, zoals eerder is opgemerkt, betekent het dat elke soort trilling die tussenstof van bewustzijn kan doordringen en er door herkend wordt. Het woord ‘bewustzijn ’wil zeggen zich bewust zijn van wat plaats vindt. Als een trilling er door heen gaat, wordt de essentie van de trilling herkend – niet als golflengtes, frequenties enzovoort, maar als een trilling die overeenkomt met een verandering in bewustzijn en als zodanig wordt gekend; niet in wiskundige termen, maar als een verandering in de kwaliteit van bewustzijn en wat ervaren wordt. Als een lichte deining het oppervlak van een meer beroert, blijft het meer volledig ongestoord. Op dezelfde manier kan men alles weten, alles registreren, maar tegelijkertijd geheel onaangedaan blijven.

Dit geen weerstand bieden behoort tot een voorwaarde die de basis vormt voor de meest positieve handeling. In feite is het alleen die toestand van in het geheel geen weerstand bieden, of niet-egoïstisch zijn, die het mogelijk maakt om met geheel ons wezen te handelen. Meestal handelen we niet met geheel ons wezen, maar slechts met een deel – bijvoorbeeld, met het denkvermogen. Al het handelen dat gegrondvest is op het ‘afgescheiden zelf’ kan slechts gedeeltelijk zijn. Alleen al het woord ‘zelf’ brengt een zeker voorbehoud met zich mee, het op een afstand blijven, het voor de eigen zaak opkomen en vervolgens handelen wanneer dit nodig is. Het bewustzijn wordt verdeeld; een deel eist voor zichzelf een plaats op als een zelf, het ‘Ik’, terwijl uit het andere deel handeling voortvloeit. Het ‘Ik’ probeert veiligheid te handhaven, heeft diverse plannen en doelen met betrekking tot de toekomst en voert dan de daarbij behorende handeling uit. Zo is er een splitsing tussen het zelf en de handeling die wordt uitgevoerd.

Maar zoals we wellicht uit eigen ervaring weten, kan er totale volkomen handeling zijn, die met volledige aandacht uitgevoerd wordt. Wanneer de belangrijke spirituele Leraren over eenpuntige gerichtheid spreken, kan het zijn dat Zij onder andere op deze toestand doelen. Dat betekent dat er geen sprake is van splitsing in iemands aard, dus totaliteit van iemands wezen – of om het te vertolken in heel praktische bewoordingen – het geheel van iemands belangstelling, genegenheid, aandacht is op het voorwerp gericht. Het wordt beschouwd als een noodzakelijke vereiste voor het betreden van het Pad en suggereert de noodzakelijke verandering of transformatie in het individu.

In feite is het alleen die toestand van in het geheel geen weerstand bieden, of niet-egoïstisch zijn, die het mogelijk maakt om met geheel ons wezen te handelen.

Theosofia 107/4 · augustus 2006        129

Eenpuntige gerichtheid kan ook andere betekenissen hebben. Het betekent dat alle energieën van onze aard gewijd moeten worden aan dit streven en niet verspreid in verschillende richtingen. We moeten niet voortdurend aarzelen of ons bewegen tussen doeleinden die met elkaar in strijd zijn. Maar voordat men eenpuntig kan zijn, moet er een zekere eenwording van iemands aard zijn. Een gemoedsgesteldheid die open staat voor iedere invloed, deze verwelkomt en  begrijpt en er niet door ontsteld of verstoord wordt, komt beslist overeen met de gesteldheid van de belangrijke spirituele Leraren, die de begrenzingen van de wereld waarin we leven hebben overstegen. Als het scherp van een zwaard geen weerstand ontmoet, doet het deze ervaring gewoon op en snijdt niets door, of als een elektrische stroom absoluut geen weerstand tegenkomt, brengt het noch hitte noch licht voort, maar neemt gewoon zijn beloop. Dit voorbeeld moet zodanig opgevat worden dat het de waarheid waarnaar het verwijst verlicht, want zoals eerder is opgemerkt, kan een trilling door het bewustzijn reizen en erdoor gekend worden, maar als een elektrische stroom door een materieel lichaam gaat en er helemaal geen weerstand is, dan ben je je niet bewust van wat voorbijgaat.

Als de aard gevoelig is in de betekenis waarin Krishnamurti dat woord gebruikt, dan is het eveneens ongevoelig, want zijn toestand blijft vergeleken met vroeger hetzelfde. Het lijkt op de aether van trillingen uit het verleden, die openstond voor invloeden en deze overbracht, maar zelf onveranderd bleef. Het is nogal opmerkelijk dat dit denkbeeld van aether in de occulte filosofie in zeker opzicht overeenkomt met de aard van bewustzijn die dezelfde eigenschappen heeft.

Wat echt weerstand biedt in onze aard is het ego-zelf, maar in een toestand van volslagen nederigheid wordt aan niets weerstand geboden, hetgeen niet wil zeggen iets aanvaarden of zich hieraan overgeven. Wanneer iemand vervuld is van een geest van egoïsme dan is hij snel beledigd, klaar om in de aanval te gaan, zelfs over dingen waarvan verondersteld wordt dat ze niet beledigend zijn; hij vat het waarschijnlijk op een manier op die kwetsend is voor zijn gevoel van eigenwaarde. Het doorzien van geen weerstand bieden in verband met de aard van het zelf zorgt ervoor dat het heel begrijpelijk is en bruikbaar in de praktijk. We moeten de leer over geen weerstand bieden niet opvatten op een zuiver theoretische of mystieke wijze, omdat dat niet veel uitmaakt voor ons gewone leven.

Het afgescheiden zelf is op een speciale wijze gevoelig, niet in de betekenis dat het trillingen doorlaat, maar omdat het weerstand biedt en daardoor geraakt wordt. Wanneer we ons beledigd, boos of zelfs geïrriteerd voelen, heeft ieder van ons zich misschien wel eens de vraag gesteld waarom die gevoelstoestand ontstaat. Dat is een praktische manier om met de zaak om te gaan. Het betekent dat er een zelfbeschermende impuls of houding is waarin een deuk is gemaakt en we vinden dit niet prettig.

C.W. Leadbeater zei gewoonlijk dat een occultist niet in staat moet zijn om zich te ergeren. Hij sprak niet van geen weerstand bieden, maar de manier van uitdrukken doet er niet toe. Wat waar is van wat is gezegd, moet begrepen worden. Uit mijn eigen kennis over hem denk ik dat hij een voorbeeld is van deze houding. Ofschoon verscheidene mensen dingen over hem gezegd hebben die helemaal niet aardig waren, zou hij zelfs in de beslotenheid van zijn kamer alleen maar glimlachen en men kreeg de indruk dat wat andere mensen over hem zeiden, hem niets kon schelen. Ik weet dat hij geïrriteerd kon schijnen, maar ik zag hem nooit ernstig ontstemd door zelfs de meest denigrerende opmerkingen of verhalen die over hem de ronde deden.

Er bestaat een bepaalde aard die voor iedereen fundamenteel is, hoezeer de uiterlijke samenstelling verschillend is en de ene persoon van de ander kan onderscheiden. Het is de menselijke natuur.

130        Theosofia 107/4 · augustus 2006

Het ego-zelf lijkt op een materiële structuur die afgebroken kan worden. In het proces dat hersenspoeling genoemd wordt en dat in bepaalde landen wordt toegepast, is het deze structuur van iemands gedachtepatroon, samengesteld uit ideologieën en zelfrespect, dat de hersenspoeler probeert te vernietigen Eenmaal in de macht van de hersenspoeler en onderworpen aan een zo pijnlijke behandeling, is een persoon niet in staat om te denken – hij is slechts een papegaai die herhaalt wat de ander zegt. Ideeën over moraal, over rechtvaardigheid, over welke sociale orde noodzakelijk is, over relaties tussen mensen enzovoort, verdwijnen volledig. Het slachtoffer wordt behandeld alsof hij geen verleden had, geen land, niets van dit alles. Zijn naam wordt niet gebruikt, hij is niet meer dan een nummer. Maar het is opvallend dat sommige hersenspoelers niet in hun opzet slagen. Er zijn opmerkelijke gevallen van slachtoffers die als een ander mens tevoorschijn komen, niet verbitterd en vol wrok, maar met een gevoel van één te zijn met hun medemens. Men is verrast over de opmerkingen, aangetroffen in boeken die door deze mensen geschreven zijn.

Er bestaat een bepaalde aard die voor iedereen fundamenteel is, hoezeer de uiterlijke samenstelling verschillend is en de ene persoon van de ander kan worden onderscheiden. Het is de menselijke natuur (ik weet niet welk ander woord hiervoor gebruikt kan worden). We zij allemaal individuen die verschillend gevormd zijn, ieder met zijn/haar eigen verleden, geconditioneerd door de bijzondere ervaringen die hij/zij heeft meegemaakt. Dat allemaal is de bovenstructuur; maar de basis is dezelfde. In de grond van de zaak is men een menselijk wezen, in staat bepaalde vreugden te beleven, genegenheid te hebben, lief te hebben, sympathie te koesteren, te lijden enzovoort.

Wanneer er absoluut geen weerstand wordt geboden, wanneer er een toestand van niet-egoïstische onbaatzuchtigheid is, van bescheidenheid en nederigheid, dan is het alsof deze basisnatuur, die het hart genoemd kan worden, op een altaar wordt gelegd. Het behoort niet langer aan de persoon toe, maar aan het altaar en in die toestand kan het leven onbelemmerd stromen, wat neerkomt op een zekere hartstocht, bezieling. Occultisme is een wetenschap van tegenstrijdigheden genoemd. Hoe kan een aard die zo volledig negatief is, die geen weerstand biedt, ook vervuld zijn van de levensstroom, die continu handeling met zich meevoert? Een kanaal is negatief en is er om de stroom te laten vloeien. Als we kanalen zijn, in de werkelijke betekenis van het woord, dan kunnen we ons op niets laten voorstaan. Laten we aannemen dat iemand een kanaal voor zegening is; het is niet zijn/haar zegening, maar in één woord zegening. Hij/zij kan niet zeggen ‘mijn liefde’; het is gewoon liefde. Kanaal zijn is een voorwaarde van negativiteit, van geen weerstand bieden, waardoor het leven geheel onbezoedeld kan stromen, in al zijn zuiverheid, met zijn geneeskrachtige heelmakende kwaliteit.

Wanneer het zelf niet aanwezig is en er geen weerstand wordt geboden, dan kan, welke handeling ook plaatsvindt, dit niet ‘mijn handeling’of ‘jouw handeling’ worden genoemd, behalve in theorie; het is alleen maar handeling – de handeling van een natuur, een aard die niemand kan bezitten, maar waarvoor men als een kanaal kan dienen. Het kan de Goddelijke Natuur worden genoemd.


Vertaling: Ton van Beek
Uit: The Theosophist, juli 2003