TVN Home » Tijdschrift Theosofia » 2006 » Juni » HPB en De Geheime Leer, Ali Ritsema
Post image for HPB en De Geheime Leer, Ali Ritsema

HPB en De Geheime Leer, Ali Ritsema

Zoals de meeste lezers zullen weten, is het boek De Geheime Leer het meest bekende werk van H.P. Blavatsky (HPB). Als je het boek ter hand neemt en de titel leest, roept het direct al de vraag op hoe een lering / leer geheim kan zijn als het in een boek is gepubliceerd? Dit lijkt een paradox te zijn. HPB geeft echter zelf het antwoord door te stellen dat ‘het is bedoeld voor hen die het bestuderen om voor zichzelf dat te ontdekken wat niet onderwezen kan worden, omdat het niet gekend kan worden op de gebruikelijke manier’.

In de zogenaamde ‘Bowen Notes’ (te vinden als Bijlage A in het boekje Grondslagen van Esoterische Filosofie en in Madame Blavatsky over de studie van theosofie door R. Bowen, uitgegeven door de UTVN, hierna “Bowen- brochure” genoemd) maakt HPB duidelijk dat het ‘volkomen nutteloos is om naar anderen te gaan van wie je veronderstelt dat zij verder gevorderd zijn en hen te vragen uitleg te geven  van De Geheime Leer. Dat kunnen zij niet.’ En even verderop staat: ‘Zie in [deze studie] een middel om het denken te ontwikkelen zoals dat nooit door andere studies ontwikkeld is’.

Heel eenvoudig komt het erop neer dat het bestuderen van De Geheime Leer ‘verandering’ betekent, maar dan wel een specifieke verandering, een verandering van het denkraam om dat wat verborgen is, wat ‘geheim’ is, te leren begrijpen.

De titelpagina van De Geheime Leer stelt dat het boek de Synthese is van Wetenschap, Religie en Filosofie. Het geeft aan dat het boek de ideeën van wetenschap, religie en filosofie integreert. Hier wordt naar verwezen in het tweede doeleinde van de Theosophical Society, (waarvan de TVN de Nederlandse afdeling is), te weten: Het aanmoedigen van de vergelijkende studie van religie, filosofie en wetenschap (zie achterkant Theosofia).

Ali Ritsema is oud-voorzitter van de T.V.N. en mede-directeur van de European School of Theosophy.

Theosofia 107/3 · juni 2006        103

De titelpagina haalt ook het zegel van de Theosophical Society aan: ‘Satyan Nasti Paro Dharmah, Er Is Geen Religie Hoger Dan Waarheid’. Het is opmerkelijk dat het boek hier ook mee eindigt: Er Is Geen Religie Hoger Dan Waarheid. Het is heel waarschijnlijk dat HPB wenst te benadrukken dat ook het boek De Geheime Leer niet hoger dan Waarheid is. In de ‘Bowen- brochure’ zegt zij: ‘Neem De Geheime Leer ter hand zonder enige hoop te koesteren de definitieve Waarheid van het bestaan eruit te vernemen, of zonder enig ander idee dan maar te zien in hoeverre zij kan leiden in de richting van de Waarheid’.

De tweede pagina na de titelpagina stelt dat ‘Dit werk is opgedragen aan alle ware theosofen, in elk land, en van elk ras, want zij riepen het op en voor hen werd het opgetekend’.

Wat bedoelt HPB met ‘ware theosofen’? In Praktisch Occultisme legt zij uit dat het makkelijk is een theosoof te worden. Ik citeer: ‘Ieder mens die over een redelijk intellectueel vermogen beschikt en interesse heeft voor het metafysische, die een zuiver en onzelfzuchtig leven leidt en meer vreugde beleeft aan het helpen van zijn buurman dan aan het ontvangen van steun van anderen; iedereen die altijd bereid is zijn eigen genoegens op te offeren ter wille van andere mensen en die waarheid, goedheid en wijsheid boven alles stelt zonder daarbij te denken aan het voordeel dat dit hemzelf kan brengen – is een theosoof’.

‘Maar’, voegt zij daaraan toe, ‘het is nog iets heel anders om jezelf op het pad te begeven dat leidt naar kennis van wat goed is om te doen, waarbij het gaat om een juist onderscheid tussen goed en kwaad’…

Wat wordt bedoeld met ‘van elk ras’?

Om de geschriften van HPB juist te begrijpen is het heel belangrijk te weten wat zij precies met ‘ras’ bedoelt. Het is een woord dat niet alleen in de twintigste eeuw maar ook nu nog, in onze huidige maatschappij, heel vaak misbruikt wordt, omdat daarmee vaak een bepaalde huidskleur of een bepaalde etnische achtergrond bedoeld wordt. In De Geheime Leer en in alle andere geschriften van HPB en van de Meesters, bijvoorbeeld in de Mahatma Brieven, verwijst het woord ‘ras’ echter naar een evolutiestadium, een bewustzijnstoestand.

De hele mensheid is deel van een enorme golf van menselijke ego’s die door verschillende stadia van de evolutie gaan zoals beschreven wordt in De Geheime Leer, maar dat betekent niet dat alle mensen hetzelfde niveau van bewustzijn hebben. Sommige mensen bijvoorbeeld zijn heel materialistisch, terwijl anderen open staan voor het idee dat er meer is tussen hemel en aarde. Weer anderen hebben een duidelijke hang naar spiritualiteit en pogen een spiritueel leven te leiden. Het hangt ervan af waarop men zijn aandacht, zijn bewustzijn richt.

Dus ‘voor elk ras’ betekent dat het bedoeld is voor de mensheid in al haar stadia van bewustzijn. ‘Zij is geschreven om de mensheid van dienst te zijn en dus moet zij ook door de mensheid en de toekomstige generaties beoordeeld worden’, aldus HPB.

Wat wordt bedoeld met ‘zij riepen het op’, ’de ware theosofen riepen het op’? Misschien waren er mensen die er klaar voor waren en was De Geheime Leer daar een respons op. Maar zij zegt in het voorwoord van het boek dat het nodig was dit boek uit te brengen, omdat er door theosofen en bestudeerders van de mystiek lustig op los werd gespeculeerd in hun streven om een volledig gedachtesysteem uit te werken op basis van de weinige feiten die hen waren meegedeeld.

Dit boek, zo zegt zij, is niet de Geheime Leer in haar totaliteit, maar een select aantal fragmenten van de belangrijkste grondslagen ervan. Het boek De Geheime Leer, tilt slechts een puntje op van de sluier van de Geheime Leer, de lering waarop dit boek gebaseerd is.

Het citaat eindigt ermee dat gesteld wordt dat ‘het opgetekend werd’. HPB zegt niet dat het geschreven werd. In één van de Collected Writings legt zij uit hoe kennis tot haar kwam en ik neem aan dat deze uitleg ook verwijst naar de wijze waarop De Geheime Leer tot stand kwam.

104        Theosofia 107/3 · juni 2006

Ik citeer: ‘Kennis komt in visioenen, eerst in dromen, dan in beelden die getoond worden voor het innerlijk oog tijdens meditatie. Op deze wijze is mij het hele evolutiesysteem onderwezen, de wetten van het bestaan en al het andere dat ik weet – de mysteriën van leven en dood en de werkingen van karma. Er werd hierover geen enkel woord tot mij gesproken op de gebruikelijke manier, behalve misschien bij wijze van bevestiging van datgene wat mij gegeven was – niets werd mij schriftelijk onderwezen. Kennis die zo verkregen wordt is zo glashelder, zo overtuigend, zo onuitwisbaar wat betreft de indruk die zij achterlaat op het denkvermogen, dat alle andere informatiebronnen, alle andere onderwijsmethoden waarmee wij vertrouwd zijn onbetekenend worden in vergelijking daarmee.’ (CW 13).

Het is interessant op te merken dat de allereerste zin in de Proloog van De Geheime Leer dit optekenen bevestigt. Ik citeer: ’Voor het oog van de schrijfster is een Archaïsch Manuscript – een verzameling palmbladeren die door de een of andere bijzondere en onbekende bewerking onaantastbaar zijn gemaakt voor water, vuur en lucht’. En wij weten via allerlei mensen die HPB van nabij meemaakten dat zij nauwelijks boeken tot haar beschikking had toen zij De Geheime Leer schreef, en al zeker geen archaïsche manuscripten…

Als het niet een normaal studieboek is, hoe moeten we dan dit boek lezen of bestuderen? HPB zegt ons dat ‘het bladzijde na bladzijde lezen van De Geheime Leer zoals je dat met een ander boek zou doen alleen maar tot verwarring zou leiden’.

De kern van de twee delen van het boek wordt gevormd door de Stanzas van Dzyan, maar HPB adviseert de bestudeerders ervan om eerst vertrouwd te raken met de weinige fundamentele begrippen die ten grondslag liggen aan het hele gedachtesysteem en het doordringen. Want alles wat volgt hangt samen met een juist begrip van deze basis- denkbeelden.

Deze fundamentele ideeën worden genoemd in de Proloog en de belangrijkste zijn:

– De fundamentele eenheid van al het bestaande met de twee aspecten bewustzijn of geest en substantie of materie.

– De wet van periodiciteit en dat is het onophoudelijk verschijnen en verdwijnen van werelden, weerspiegeld in eb en vloed, dag en nacht, leven en dood, slapen en waken.

– De fundamentele eenheid van alle zielen met de Universele Over-ziel en de verplichte pelgrimstocht voor elke ziel door de cyclus van incarnaties – of noodzaak – in overeenstemming met de cyclische of karmische wet.

In verband hiermee wordt duidelijk gesteld dat er geen gunsten verleend worden, dat alles tot stand moet worden gebracht door persoonlijke inspanning of verdienste in een lange reeks zielsverhuizingen en incarnaties.

Geadviseerd wordt om na de Proloog verder te gaan met het bestuderen van de genummerde onderdelen van de Samenvatting in Deel I (eerste gedeelte) en vervolgens de Inleidende Opmerkingen en de Conclusie van Deel II te bestuderen.

Dan, eindelijk, kan de student beginnen met de Stanzas van Dzyan en de commentaren erop.

Zoals gezegd bestaat De Geheime Leer uit twee delen: het eerste deel heet Cosmogenesis en behandelt het ontstaan van de cosmos; het tweede deel heet Antropogenesis en schetst het ontstaan van de mens. Zij wordt ook wel een scheppingsmythe voor de moderne tijd genoemd, waarin de oorsprong en het doel van de cosmos en de mens behandeld worden,  evenals de verbindingen die tussen de mens en de cosmos bestaan. Het gaat erom de werkingen van de cosmos te gaan begrijpen en de plaats die de mens, dus wij, erin heeft.

Theosofia 107/3 · juni 2006        105

De Geheime Leer laat zien dat er een voortschrijdende ontwikkeling is van alles, hoewel we ons geen voorstelling kunnen maken van het begin en het einde. Zij leert ons dat alles leeft ook al is dat in verschillende stadia van bewustzijn.

Wat HPB deed was delen van de Esoterische Wijsheid doorgeven, zodat het plan van evolutie helder zou worden door een tipje van de sluier op te lichten van één fase van het hele plan, namelijk van deze aarde met de nadruk op de huidige periode waarin we leven, hoewel deze periode, in onze tijdsbeleving, een hele lange periode van miljoenen jaren beslaat. Zij schetst in het kort de voorafgegane ontwikkelingsfasen van de mensheid. Ze laat zien dat alles in een proces van wording is.

Voor mensen is de evolutie drievoudig: spiritueel, fysiek en intellectueel. De Geheime Leer verklaart dat mensen beginnen als spirituele transparante niet zelf-bewuste wezens; dat geleidelijk aan een proces van verdichting of verstoffelijking plaats vindt en dat, wanneer er een evenwicht is bereikt tussen geest en stof, een proces van her-spiritualisering zal beginnen. In deze, onze, fase van ontwikkeling worden mensen in de richting van een spirituele ontwikkeling gestuwd, waarmee ze in feite opnieuw worden wat ze in essentie zijn, maar dan wel verrijkt door de ervaringen die zijn opgedaan in het stoffelijke bestaan, om tot zelf-bewuste en geïndividualiseerde wezens te worden, die samenwerken met de universele wetten, met het Goddelijk Plan.

Het is dankzij het ontwaken of belevendigen van het denkvermogen dat het de mens gegeven is om zelf-bewust te worden. Dit denkvermogen wordt ‘manas’ genoemd. De mens is een denkend wezen. De consequentie van het wekken van dit denkvermogen in de mens is, dat vanaf dat moment mensen verantwoordelijkheid dragen. De wet van karma treedt in werking, die mensen er langzamerhand toe brengt onderscheid te maken tussen goed en kwaad, zodat ze hun weg vinden op de opklimmende boog naar spiritualiteit. Helaas leren wij, mensen, langzaam, omdat we gemakkelijk verleid worden door de materiële kant van het leven en omdat ons denken ons gemakkelijk voor de gek houdt. Daarom zijn lange reeksen incarnaties onvermijdelijk.

Zoals eerder aangegeven kunnen we aan de verplichte pelgrimstocht door de cyclus van noodzakelijkheid niet ontsnappen. Er wordt gezegd dat alles door het stadium van menselijke ontwikkeling moet gaan, of daar in een eerdere periode van manifestatie (manvantara) doorheen is gegaan. De Geheime Leer onderwijst (Stanza V) dat de spirituele intelligenties, om goddelijk en ten volle goddelijk bewust te worden, door het menselijk stadium heen moeten gaan. Het menselijk stadium houdt in dat het denkvermogen ten volle ontwikkeld moet worden: dat is ons specifieke doel op deze aarde. Ontwikkeling vindt op alle niveaus plaats waarbij het hogere het lagere helpt, of sterker nog: moet helpen; zo is de wet. Net zoals mensen geholpen zijn door verder ontwikkelde wezens bij het belevendigen van het denkbeginsel – meer of minder succesvol – zo moeten mensen niet alleen elkaar helpen, maar ook de lagere rijken van de natuur. De verder ontwikkelde wezens hadden een karmische plicht om ons te helpen en zij waren in staat onze mensheid te helpen, omdat zij hun denkbeginsel volledig ontwikkeld hadden in een voorafgaande periode van manifestatie. Zij konden het ten volle gebruiken, ook al was hun wijsheid nog niet ten volle gerijpt – ‘not yet all-wise’, zoals HPB het stelt. Hoewel in de meeste gevallen slechts een klein vonkje manas belevendigd is, heeft dit toch tot een versnelling van de menselijke evolutie geleid.

Wat HPB deed was delen van de Esoterische Wijsheid doorgeven, zodat het plan van evolutie helder zou worden door een tipje van de sluier op te lichten van één fase van het hele plan.

106        Theosofia 107/3 · juni 2006

Waarom is dat denkvermogen, manas, zo belangrijk? Manas is de brug tussen geest en stof. We hebben manas nodig om ons bewust te worden van zowel onze spirituele kant als onze stoffelijke kant. Geest in zichzelf wordt ‘inert’ genoemd en materie is van zichzelf traag. We hebben het denkvermogen nodig als een drijvende kracht om zowel geest als stof tot activiteit te prikkelen. Ook hebben wij het denken nodig als een overbrenger op de stof van datgene wat in het universele denkvermogen vervat is, zodat we kunnen samenwerken met het Goddelijk Plan en meewerken het ten uitvoer te brengen. Maar om dit te kunnen doen, moet ons denkvermogen een specifieke kwaliteit ontwikkelen: het denkvermogen moet in staat zijn om het universum te omvatten om zich bij het universum aan te sluiten: a mind to embrace the universe, zoals Stanza IV van Deel II het noemt.

Waarom?

Als we een huis willen bouwen moeten we allereerst een architect hebben om een plan te maken; maar het eigenlijke werk wordt overgelaten aan de diverse werklieden. Zo werkt het universum ook. Hier wordt de architect aangeduid als de “Ideatie van het Universum’ en het bouwwerk wordt overgelaten aan intelligente machten en krachten, zegt De Geheime Leer.

Uitgelegd wordt dat deze krachten tweevoudig zijn in hun aard omdat ze bestaan uit

a) de irrationele ruwe energie die inherent is aan de materie, en

b) het intelligente cosmische bewustzijn dat die energie richt en begeleidt en dat ook wel aangeduid wordt als het  Dhyan-Chohanische denken dat een reflectie is van de ideatie van het Universele Denkvermogen.

In de ‘Ideatie van het Universum’ is het de rol van de mens om deel te gaan uitmaken van de intelligente leidende krachten om de ruwe energie, die inherent is aan de materie, te richten en zo een medewerker te worden van de Natuur. De Ideatie kan uitsluitend vorm krijgen door middel van het Universele Denkvermogen. Daarom hebben wij een denkvermogen nodig dat verbinding kan maken met of aansluiting kan maken op het Universum. Hiermee wordt duidelijk dat wat wij mensen moeten doen, met name op de opklimmende boog, het hierop voorbereiden van ons denkvermogen is. Zoals ik het begrijp ligt het universele denkvermogen binnen het bereik van ieder mens, omdat een ander woord voor Universeel Denkvermogen ‘Mahat’ is en Mahat de voortbrenger van manas, van ons denkvermogen is. Met andere woorden, ons denkvermogen is een emanatie, oftewel een uitstraling, van Mahat, maar moet nog geactiveerd worden om uiteindelijk volledig tot ontwikkeling te komen. Overigens is het interessant op te merken dat het Universeel Denkvermogen ook een synoniem is voor Pragna, Wijsheid.

Manas, ons denkvermogen, kan twee richtingen uitgaan, want tijdens het leven van de mens is het tweevoudig: lager mans, verbonden met de stofkant en hoger manas, verbonden met de geestkant. Wanneer wij kiezen voor de spirituele kant zal er een beweging ontstaan in de richting van buddhi, dat ook wel de leidende intelligentie genoemd wordt. Het streven van hoger manas in de richting van dat leidende beginsel buddhi brengt ons in contact met het universeel denkvermogen en zal uiteindelijk buddhi belevendigen. Dit is mogelijk als we de juiste inspanning leveren: als we een omkering in ons denkvermogen tot stand brengen van de stofkant naar de geestkant.

Nu kom ik terug op wat HPB zei: ‘Zie in het bestuderen van De Geheime Leer een middel om het denkvermogen te oefenen en te ontwikkelen op een wijze zoals nog nooit door andere studies gedaan is’. Dit gaat vooral op voor de Stanzas van Dzyan, die de kern vormen van De Geheime Leer. De Stanzas zijn verzen, poëtische verzen, die niet bevat kunnen worden door het intellect alleen. Daar zijn ze ook niet voor bedoeld, want ze hebben een geheel eigen kwaliteit. Volgens een voetnoot in de Inleiding van De Geheime Leer wordt Dzyan in de oude boeken omschreven als ‘jezelf hervormen door meditatie en kennis, een tweede innerlijke geboorte’. Vandaar het Boek van Dzyan.

Zie in het bestuderen van De Geheime Leer een middel om het denkvermogen te oefenen en te ontwikkelen op een wijze zoals nog nooit door andere studies gedaan is.

Theosofia 107/3 · juni 2006        107

HPB’s advies om tien minuten te studeren en vervolgens tien uur te mediteren geldt zeker voor de Stanzas van Dzyan. Hun specifieke kwaliteit is het vermogen om het denkvermogen te transformeren. Het ‘geheim’ van de ‘leer’ is juist dit transformerend/ hervormend vermogen, zodat alle mensen, in elk land en van elk ras een actieve kracht kunnen worden op de opklimmende boog van het evolutionaire plan die onze menselijke levensgolf heeft te gaan.

Volgens de esoterische leer gaat de formatieve kracht van een gemanifesteerd universum in de richting van de concretisering van het bewustzijn en zijn tegendeel:
de vergeestelijking (d.w.z. de ontvankelijkheid voor de kwaliteit van de geest) van de materie.

De involutie/evolutie-spiraal gaat, naar men zegt, van onbewust volmaaktheid (ongedifferentieerde eenheid) via bewuste onvolmaaktheid (de strijd om zelfbesef en zelfexpressie) naar bewuste volmaaktheid (een toestand van volledig bewuste eenheid, zoals Boeddha
of Christus die kende).

Zo kan het bewustzijn zich alleen door de ervaring van de beperking van de eindigheid, van het belichaamde leven, bevrijden van de illusie van de gescheidenheid van het zelf en de wereld, van geest en lichaam en zo verlichting bereiken.

Emily B. Sellon