TVN Home » Tijdschrift Theosofia » 2007 » Juni » Vernietig ambitie, N. Sri Ram
Nilakanta Sri Ram

Vernietig ambitie, N. Sri Ram

Vernietig ambitie ’ Ambitie is een zeer groot kwaad, maar in de wereld wordt het meestal als een goede eigenschap, gezien. De ambitieuze mens wordt door anderen benijd. Zelfs de baas vindt het een goede eigenschap omdat daardoor de noodzakelijke energie in het werk gestoken wordt om de gedroomde promotie te krijgen. Gezien vanuit het occultisme is ambitie destructief en moet zij vernietigd worden. Het maakt een mens ongevoelig voor de gevoelens, behoeften en het welzijn van anderen. Alle aandacht wordt gericht op het doel dat bereikt moet worden. Die concentratie zorgt er voor dat al het andere geen aandacht meer krijgt. Zelfs het leed dat anderen wordt aangedaan ten dienste van de ambitie wordt niet gezien.

Ook al realiseren we ons de aard van dit kwaad als we het in overdreven vorm tegenkomen, we herkennen het niet in onszelf. Maar de fouten die we in anderen zien, zijn waarschijnlijk in de kiem in onszelf aanwezig. We maken ons geen zorgen om de vernietiging van populaire afgodsbeelden – de verschillende dingen die mensen erg belangrijk vinden – maar wel om onze eigen afgodsbeelden die we in het geheim in ons hart aanbidden.

Licht op het Pad spreekt van ambitie als ‘de eerste vloek’ en waarschuwt dat het subtiele vormen aanneemt op het occulte pad. We kunnen denken dat we ambitie in onszelf uitgeroeid hebben, maar het kan op een andere manier weer de kop op steken. We kunnen bijvoorbeeld ambitieus zijn wat het Pad zelf betreft. We hoeven misschien geen goedkeuring van de menigte meer, omdat we dat niet meer de moeite waard vinden. Maar het is heel goed mogelijk op een subtiele manier zelfingenomen te zijn. Hoewel het dan lijkt alsof we ons niet met de waardering van anderen bezig houden, zijn we in feite nog steeds geworteld in zelf- liefde en ijdelheid en erg bewust van onze zogenaamde vermogens en waarde op het spirituele pad.

N. Sri Ram was internationaal president van de Theosophical Society, schreef vele boeken en was de vader van de huidige presidente, Radha Burnier. Dit stuk komt uit zijn boek ‘The Way of Wisdom’, een commentaar op de theosofische klassieker Licht op het Pad.

96        Theosofia 108/3 · juni 2007

Misschien willen we verder dan anderen komen die aan dezelfde Meester toegewijd zijn, om te voelen dat we op de een of andere manier een occulte stap genomen hebben die anderen niet gezet hebben. Zelfs als anderen niet weten dat die stap gezet is, kan het feit dat we denken die stap genomen te hebben genoeg zijn. We voelen ons superieur en zelfvoldaan. Dit kan zo subtiel zijn dat we het alleen kunnen vermijden door goed op onze gedachten, gevoelens en motieven letten. We gaan door met mediteren op de deugd van de nederigheid die we graag willen bezitten en ondertussen hebben we niet door hoe diep dit egoïsme in ons allen geworteld is.

Het commentaar op het stuk over ambitie (in Licht op het Pad ) zegt:

Haar gevolgen vergaan in de mond tot stof en as; evenals dood en onderlinge vervreemding toont ze de mens tenslotte dat voor zichzelf werken werken voor teleurstelling betekent.

Een ambitieus mens is nooit echt gelukkig want wat hij wil ligt in de toekomst en dus is er altijd een gevoel van gemis in het heden. Op het moment dat het doel bereikt is, is hij niet tevreden, maar teleurgesteld en gefrustreerd. ‘Afstand geeft betovering aan het uitzicht’ en als we op die plek aankomen merken we dat het gras niet zo groen is als we dachten dat het zou zijn. De bevrediging is verdwenen en we willen iets anders. Uiteindelijk wordt alle ambitie zuur, want ‘voor zichzelf werken betekent werken voor teleurstelling’. Het is belangrijk dat we ons dit realiseren, want in zoveel dingen die we doen zit het zelf dat zoekt naar vooruitgang, complimentjes of pluimstrijkerij .’

Het commentaar zegt dus: ‘ Maar al schijnt deze eerste regel zo eenvoudig en gemakkelijk, toch moet u er niet snel aan voorbijgaan. ’ We denken misschien dat we vrij zijn van ambitie, maar het is moeilijk om dat echt te zijn. Dit werken voor jezelf is eigenlijk het gevolg van onze gehechtheden en deze gehechtheden kunnen op verschillende niveaus voorkomen: fysiek, astraal, mentaal. We kunnen dus gehecht zijn aan mensen, aan onze eigendommen, en aan onze ideeën. Waar we ook aan gehecht zijn, het centrum ervan is het zelf. Voor het zelf werken betekent ontevreden zijn, want een belangrijke eigenschap van het zelf is dat het steeds meer wil.

Een zuivere kunstenaar die van zijn werk houdt, doet dat werk gewoon. Maar zelden vinden we er zo een. Veel kunstenaars zijn voortdurend met zichzelf bezig, intolerant en jaloers op anderen met dezelfde status. Natuurlijk zijn er kunstenaars die belangeloos schilderen of componeren, niet voor het zelf en wat daarbij hoort. Het is echter heel makkelijk onszelf voor de gek te houden door te denken dat we alles doen voor God, met de implicatie dat alles wat we doen door hem goedgekeurd wordt. Of door te denken dat we het doen in naam van de ‘meester’, alsof er een stempel van goedkeuring op al onze handelingen zit. Het denken kan zichzelf heel gemakkelijk voor de gek houden. We moeten ons bewust zijn van al deze subtiliteiten, van de verschillende processen van zelfmisleiding, voordat we kunnen zeggen dat we op elke manier waarheidlievend zijn.

Uit: The Way of Wisdom, Comments on Light on the Path, p 63-67

Vertaling: Katinka Hesselink